Verloren Aan Het Onzichtbare: Een Vlaamse Bekentenis

‘En dus? Wat heeft het je allemaal opgeleverd, Maarten?’ De woorden van mijn broer David snijden als een bot mes door de stilte. Het is kerstdag, maar niemand in onze familie, sinds mama gestorven is, lijkt nog warmte te kunnen opbrengen voor dat soort saamhorigheid. De tafel staat vol maar de mensen lijken leeg. Iedereen kijkt me aan – papa met zijn vermoeide, norse blik, mijn jongste zusje Leen die haar telefoon niet eens neerlegt, en daar zit ik met het gevoel dat ik hen allemaal al levenslang probeer vast te houden. Mijn handen trillen lichtjes als ik mijn glas water neerzet. ‘Je moest eens weten, David,’ fluister ik, bijna niet hoorbaar. Maar natúúrlijk weet hij het niet. Niemand weet wat het betekent om je eigen geluk dagelijks opzij te schuiven. Om in Brugge te blijven voor vader nadat hij zijn job verloor. Mijn vrienden vertrokken zonder pardon naar Gent en Brussel, ik bleef hier om de rekeningen te betalen, om voor Leen te zorgen toen ze haar eerste depressie kreeg, om te zoeken naar manieren om ons gezin op de been te houden. Terwijl de anderen nieuwe levens opbouwden – carrières, gezinnen, verre reizen – bleef ik hier, gevangen in de oude stenen van ons rijhuis.