“Mama, eerst Damian”: hoe ik mijn dochter zag verdwijnen in een huwelijk waar zij altijd als laatste kwam
‘Nee mama, ga nu niet weer beginnen over Damian.’
Dat was letterlijk het eerste wat mijn dochter zei terwijl ze kromgebogen op de zetel zat, acht maanden zwanger, haar hand op haar rug, precies alsof ze door twee was gebroken. En waar ging het over? Over het feit dat hij haar die ochtend alleen naar de huisarts in Deurne had laten gaan omdat hij ‘moe was van zijn shift’ in het magazijn van Colruyt.
Ik zei: ‘Zuzia, gij hebt pijn, uw voeten staan dik, uw bloeddruk is al twee keer te hoog geweest. En hij ligt thuis te slapen?’
Ze snoof. ‘Hij werkt ook hard, mama. Niet iedereen kan zomaar vrij nemen.’
Ik voelde direct die muur weer. Altijd die muur. Altijd Damian eerst.
Mijn dochter is 27. Ze woont met haar man in een klein appartement in Borgerhout, veel te klein eigenlijk voor een baby, maar bon. Ik ben al maanden aan het helpen: tweedehands park gekocht via 2dehands, kleertjes gewassen, diepvriesdozen gemaakt, zelfs meegegaan naar het OCMW toen hun voorschot op de energiefactuur niet meer te betalen was. Niet omdat Damian niet werkt, hè. Hij werkt wel. Maar alles draait altijd uit op: te weinig geld, te veel stress, en Zuzia die zich nog kleiner maakt om hem niet ‘extra te belasten’.
Ik heb hem van in het begin moeilijk gevonden. Niet omdat hij roept of slaat of zo, ik wil eerlijk zijn. Hij is niet dat soort monster waar iedereen direct naar wijst. Dat maakt het juist ingewikkeld. Hij is beleefd, zegt ‘merci’ als ik lasagne kom brengen, pakt de babyspullen naar boven, doet soms zelfs lief. Maar altijd moet het rond hem draaien. Zijn vermoeidheid. Zijn stress. Zijn maag. Zijn werkuren. Zijn voetbal op woensdag. Als Zuzia huilt, troost zij hem bijna omdat hij ‘zich slecht voelt’ dat zij huilt. Begrijpt ge?
Toen de weeën begonnen, was ik mee naar het ZAS Augustinus gereden omdat Damian geen auto heeft en in paniek was. In de verloskamer lag mijn dochter te kreunen en tussen twee weeën door vroeg ze: ‘Mama, hebt gij al iets gegeten voor Damian? Hij wordt ambetant als hij te lang niets eet.’
Ik dacht eerst dat ik het verkeerd gehoord had.
Ik zei: ‘Kind, gij zijt aan het bevallen.’
En Damian, die daar op zijn telefoon zat, zei nog: ‘Het is wel al lang geleden sinds vanmiddag.’
Ik ben toen ontploft. Echt waar.
‘Ga dan zelf naar de automaat!’ zei ik. ‘Of naar de cafetaria! Zij ligt hier een kind op de wereld te zetten en gij kunt nog geen drie uur zonder dat alles over u moet gaan?’
De vroedvrouw keek weg. Zuzia begon te wenen. Damian stond recht en zei: ‘Ge moet mij hier niet vernederen. Ik ben ook gespannen.’
‘Gij zijt gespannen? Zij scheurt hier bijna open!’
Daarna wou Zuzia dat ik even naar buiten ging. Mijn eigen dochter. Terwijl zij daar lag. Omdat ik ‘de sfeer verpestte’.
Ik heb op die plastieken stoel in de gang gezeten en ik heb mij nog nooit zo kwaad en zo machteloos gevoeld.
Toen mijn kleindochter geboren was, ben ik natuurlijk terug binnen gegaan. Ze noemden haar Mila. Prachtig kind. Klein neusje, donkere haartjes. Zuzia zag lijkbleek. Damian was filmpjes aan het sturen in de familiechat. Ik zei: ‘Hoe voelt ge u?’ en zij zei direct: ‘Kunt gij straks nog langs de apotheek van wacht? Damian heeft hoofdpijn.’
Ik moest bijna lachen van miserie.
De eerste weken ben ik veel langs geweest. Te veel misschien. Ik weet dat. Maar iemand moest toch zien dat Zuzia at, dat de baby gewassen was, dat er pampers waren. Zij gaf borstvoeding met kloven op haar tepels en sliep amper twee uur aan een stuk. En Damian? Die zei dat hij ‘s nachts beter sliep in de living omdat hij anders niet inzetbaar was op het werk.
Ik zei tegen hem: ‘En zij dan? Zij is precies geen mens zeker?’
Hij antwoordde: ‘Wat ik doe, doe ik voor hen. Als ik mijn job kwijt ben, betaalt gij dan de huur soms?’
En daar had hij ergens ook een punt. Dat maakte mij nog kwader.
Want ja, hij werkte veel. Ja, hun geld was krap. Ja, hij had stress. Maar waarom was het altijd Zuzia haar lichaam, Zuzia haar slaap, Zuzia haar waardigheid die eraan moest geloven?
Op een avond, Mila was toen drie weken, vond ik mijn dochter in de keuken tegen het aanrecht geleund. Ze beefde. Ik zei: ‘Wat is er nu?’
Ze zei eerst niets. Dan heel stil: ‘Mama, ik denk soms dat het gemakkelijker zou zijn als ik gewoon niet meer wakker werd.’
Mijn hart stopte. Ik heb direct de huisarts van wacht gebeld en de dag erna ben ik met haar naar de maternale psycholoog gegaan via het ziekenhuis. Ik was razend op Damian. Ik zei: ‘Dit is wat er gebeurt als ge iemand helemaal leegzuigt.’
En toen kwam er iets dat ik niet had zien aankomen.
De psycholoog vroeg zacht: ‘Zuzia, wanneer hebt gij geleerd dat ge altijd eerst voor iedereen anders moet zorgen?’
En mijn dochter keek niet naar Damian.
Ze keek naar mij.
Ik kreeg het koud.
Later, thuis bij mij in Merksem, zei ze: ‘Mama, ge doet alsof dit alleen door hem komt. Maar heel mijn leven heb ik van u gehoord: eerst uw man, eerst uw gezin, niet zagen, sterk zijn, een goede vrouw denkt aan anderen. Toen papa in den tijd na zijn hartoperatie thuiskwam, mocht niemand lawaai maken. Als gij ziek waart, bleef ge toch koken. Gij zei altijd dat vrouwen nu eenmaal veel moeten dragen.’
Ik wou direct in verdediging gaan. Ik zei: ‘Ja maar dat was anders. Wij hadden het ook niet breed. Ik deed wat nodig was.’
Zij begon te wenen. ‘Ja! En ik doe nu wat volgens mij nodig is. Ge hebt mij dat toch zo geleerd?’
Dat kwam binnen. Hard.
Want ze loog niet. Ik heb dat gezegd. Honderd keer waarschijnlijk. Niet omdat ik haar klein wou maken, maar omdat dat was hoe wij leefden. Mijn moeder in Genk was ook zo. Altijd de mannen eerst opscheppen, zelf koud eten, nooit klagen. Ik heb dat verward met liefde. Met verantwoordelijk zijn.
Maar daarmee was Damian nog niet vrijgepleit, hè. Helemaal niet. Een paar dagen later ben ik weer gegaan, rustiger deze keer. Ik zei tegen hem: ‘Luister. Ik heb dingen fout doorgegeven aan mijn dochter. Dat zie ik nu. Maar gij profiteert er wel van. Misschien bewust, misschien half bewust, maar ge doet het wel.’
Hij zweeg lang. Dan zei hij: ‘Denkt gij dat ik dit normaal vind? Mijn moeder deed alles voor mijn vader. Altijd. En voor ons. Bij ons thuis was dat gewoon zo. Als Zuzia zegt dat het gaat, dan geloof ik haar. En eerlijk? Als zij mij niet meer nodig heeft voor alles, weet ik soms zelf niet goed wat mijn plaats nog is.’
Dat had ik ook niet verwacht. Dat er onder zijn egoïsme eigenlijk ook iets zieligs zat. Geen excuus, maar toch.
Sindsdien is er iets veranderd, maar niet ineens zoals in films. Zuzia is gestart met gesprekken. De huisarts heeft haar opgevolgd voor een postnatale depressie. Damian neemt nu op dinsdag ouderschapsverlof en doet dan effectief de baby, al stuurt hij nog altijd veel berichten van ‘waar liggen de doekjes?’ en zo. Soms hervallen ze in hetzelfde patroon. Soms zegt Zuzia nog: ‘Laat maar, ik doe het wel.’ En soms ontplof ik nog te snel, omdat ik mij schuldig voel.
Vorige week zei ze voor het eerst tegen hem, waar ik bij was: ‘Nee Damian, ik ga eerst douchen en eten. Gij pakt Mila nu.’ Klein zinnetje, ik weet het. Maar ik heb bijna geweend.
Ik besef nu dat ik mijn dochter wou redden van één man, terwijl ze eigenlijk vastzat in iets dat veel ouder was. En misschien heb ik daar zelf mee de stenen van gelegd.
Ik probeer nu minder te preken en meer echt te helpen. Maar eerlijk? Ik weet nog altijd niet goed waar de grens ligt tussen steunen en mij moeien.
Wat zouden jullie doen als ge ziet dat uw kind zichzelf altijd opoffert voor haar partner en gezin, maar ge tegelijk beseft dat ze dat ook deels van u geleerd heeft?