‘Ge kunt dat toch ni maken, Milan.’ — hoe ik Nina leerde kennen en alles begon te schuiven

‘Gij komt hier ni binnen met uw schoenen vol modder en uw groot gelijk,’ zei mijn moeder. Ze stond in de gang van haar rijhuis in Deurne, armen gekruist, en ze keek niet naar mij maar naar Nina. Naar haar jas van de Zeeman, haar donkere krullen nog nat van de regen, haar blik die tegelijk fier en gekwetst was.

Ik voelde mijn keel dichtgaan. ‘Ma, ’t is Nina. Ge hebt haar nog geen vijf minuten…’

‘Ik moet geen vijf minuten,’ beet ze. ‘Ik heb genoeg gehoord. Ge zijt zot geworden, Milan.’

Nina kneep in mijn hand. ‘We gaan wel,’ zei ze zacht. In ’t Nederlands met zo’n accent dat sommige mensen direct beginnen te zuchten, alsof dat al iets zegt over iemands karakter. Ik schaam mij dat ik dat zelfs opmerkte, maar ja… dat was precies het probleem. Iedereen merkte dat op.

Ik ben Milan, 32, ik werk als technieker bij een firma in de haven van Antwerpen. Gewoon leven: shiftwerk, af en toe overuren, en proberen een beetje te sparen terwijl alles duurder wordt. Nina is 28, ze werkt in een woonzorgcentrum in Borgerhout als zorgkundige. Ik heb haar leren kennen toen ik mijn oma ging bezoeken. Zij zorgde daar soms voor haar afdeling. Kleine babbels, koffieautomaat, ge kent dat.

Maar thuis… thuis werd het meteen ‘van waar is ze echt’ en ‘wat willen die mensen altijd’. Mijn moeder bedoelde dat niet eens altijd kwaad, denk ik. Ze is zo opgegroeid. En eerlijk: ik had zelf ook schrik. Niet van Nina, maar van de miserie errond.

Die avond in Deurne was eigenlijk de eerste keer dat ik Nina had meegenomen. Ik dacht: als ma haar ziet, als ze hoort hoe lief ze is met oma, dan smelt ze wel. Dom.

‘Ma, luister,’ zei ik. ‘We zijn samen. Serieus. En ik wil dat ge haar een kans geeft.’

Mijn moeder lachte kort. Geen leuke lach. ‘Een kans? En wie geeft mij een kans? Gij woont nog altijd half in dat appartement van uw oma, gij zijt daar precies gratis op hotel. En nu gaat ge dat binnenhalen in mijn familie?’

Daar kwam het. Het appartement.

Oma zit sinds vorig jaar in het woonzorgcentrum. Haar appartement in Merksem staat leeg, maar ik heb de sleutel. Eerst om de post te doen en zo, later… ja, soms ging ik daar slapen na een late shift. En eerlijk, Nina is daar ook al geweest. Niet om te profiteren, maar omdat mijn studio in Hoboken piepklein is en die huur… Ge kent het.

Mijn moeder wees naar mij: ‘Gij denkt zeker: schoon, straks trekt ze daar in en dan zijt ge vertrokken. En als oma er niet meer is, dan zit ge met miserie met papieren en erfenis en weet ik veel.’

Ik voelde mijn gezicht warm worden. ‘Ma, ge doet nu alsof Nina een dief is.’

Nina zei niks, maar ik zag haar kaken spannen.

Toen kwam mijn broer, Tom, vanachter in de living: ‘Ma heeft wel een punt, Milan. Ge weet toch niet wat ge binnenhaalt.’

‘Tom, hou uw mond,’ zei ik. ‘Gij hebt Nina twee keer gezien.’

‘Twee keer is genoeg om te zien dat ge veranderd zijt,’ zei hij. ‘Altijd met dat gedoe, altijd stress, en ge leent geld van mij en dan gaat ge op citytrip met haar?’

Ik draaide mij om. ‘Dat was één nacht in Gent en dat heb ik zelf betaald.’

Mijn moeder: ‘Met wat? Ge zijt achter met uw afbetaling van uw auto, Milan. Denk niet dat ik dat niet weet.’

Ik schrok. Ik had dat tegen niemand gezegd. Alleen tegen Nina.

Ik keek naar Nina. Zij keek weg.

‘Hebt gij dat gezegd?’ vroeg ik. Mijn stem klonk kleiner dan ik wou.

Nina slikte. ‘Ik… ik heb met uw moeder gepraat. Eén keer. In ’t geheim. Ze had mij aangesproken aan het woonzorgcentrum.’

Mijn moeder knikte alsof ze gewonnen had. ‘Ik vroeg haar gewoon of ze wist met wat voor situatie ge zit. Ik wil u beschermen.’

Ik voelde mij verraden langs twee kanten. ‘Waarom hebt ge dat gedaan, Nina? Waarom zegt ge dat ni tegen mij?’

Nina haar ogen werden nat. ‘Omdat ge altijd zegt “’t komt wel goed” en dan zit ge ’s nachts te draaien in bed. Ge zijt trots, Milan. Ge laat niemand toe. Ik dacht… ik dacht dat ik kon helpen. Ik wilde tonen dat ik niet bij u ben voor… geld of een sleutel of zo.’

Tom snuifde. ‘Amai, schoon verhaal.’

Nina draaide zich naar hem. ‘Gij kent mij niet. En ge moogt gerust denken wat ge wilt, maar ik werk mij kapot in dat woonzorgcentrum. Ik stuur ook geld naar mijn mama. Niet omdat iemand mij dat oplegt, maar omdat er anders niks is. En ja, ik heb fouten gemaakt.’

Mijn moeder sprong daarop: ‘Aha! Daar is het! Geld sturen! En straks moet Milan ook nog betalen!’

Ik riep: ‘Stop! Iedereen stopt nu!’

Stilte. Alleen de regen tegen het raam.

Nina ademde diep in. ‘Ik ga iets zeggen en ge gaat mij haten,’ zei ze tegen mij. ‘Maar ge verdient de waarheid. Ik ben al eens getrouwd geweest. Op papier. Twee jaar geleden. Met iemand die ik amper kende. Omdat ik anders mijn verblijf niet rond kreeg. Dat was… dat was dom en ik schaam mij dood. Het is intussen in orde, ik ben gescheiden, alles is wettelijk, ik werk, ik betaal belastingen. Maar uw moeder weet dat. Ik heb het haar gezegd voor ze het via-via zou horen.’

Ik voelde alsof ik door de grond zakte. ‘Waarom hebde gij mij dat nooit verteld?’

‘Omdat ik bang was dat ge mij dan ook ging zien als “zo iemand”,’ zei ze. ‘En omdat ik u graag zie. Echt. En ik wou eerst dat ge mij kende zonder dat etiket.’

Mijn moeder zei zacht, bijna triomfantelijk: ‘Zie je wel.’

Maar tegelijk… ik zag ook iets anders aan haar gezicht. Niet alleen gelijk. Ook angst. Want mijn moeder heeft haar eigen geheimen. Dat wist ik toen nog niet helemaal.

Ik ben die avond buiten gestapt met Nina. We hebben in de auto gezeten op de parking van de Carrefour, allebei zwijgend. Ik was kwaad, maar ik had ook medelijden. Met Nina, met mezelf, zelfs met ma.

‘Zeg iets,’ vroeg Nina.

Ik zei: ‘Ik weet het niet. Ik voel mij een idioot. Ik heb u binnengebracht in mijn familie en nu staat ge daar als… als een dossier.’

Nina veegde haar wangen af. ‘Ik heb dat dossier zelf meegebracht. Ik begrijp dat ge dat moeilijk vindt.’

De dag erna belde oma mij. Oma belt bijna nooit zelf.

‘Milan,’ zei ze, ‘uw moeder is hier geweest. Ze was kwaad. Ze wilde dat ik de sleutel terugvraag.’

‘Oma, ge moet dat niet…’

‘Laat mij uitspreken,’ zei ze. ‘Uw moeder heeft schrik. Niet alleen van Nina. Ze heeft schrik dat ge hetzelfde doet als uw vader.’

Mijn vader is weg sinds ik klein was. Altijd vaag gedaan over “hij kon het niet aan”.

Oma ging verder: ‘Uw moeder heeft ooit geld geleend om uw vader zijn schulden te betalen. Veel geld. En zij heeft dat nooit durven zeggen. Zij ziet u nu met uw auto-afbetaling en al, en ze denkt: daar gaan we weer. Ze pakt dat verkeerd aan, maar… ze denkt dat ze u redt.’

Ik hing op en ik was ineens niet meer zeker wie de slechterik was. Nina had mij iets verzwegen, ja. Maar ik had ook dingen verzwegen. Mijn schulden, mijn stress, hoe vaak ik in dat leeg appartement zat alsof ik daar kon verdwijnen.

’s Avonds ben ik toch naar ma gegaan. Zonder Nina. Ik wou geen nieuwe oorlog.

Ma deed open, moe gezicht. ‘Ah. Gij zijt daar.’

‘Waarom hebt ge dat nooit verteld, van papa zijn schulden?’ vroeg ik.

Ze keek weg. ‘Omdat ge dan nog minder respect zoudt hebben.’

‘Ma… ik heb geen respect verloren. Ik ben gewoon… kwaad dat ge mij behandelt alsof ik niks zelf kan.’

Ze zuchtte. ‘Ik ben ook kwaad. Op u. Omdat ge mij niet meer nodig hebt. En omdat ik bang ben dat ge kapotgaat.’

Ik wist niet wat ik moest zeggen. Want ja… ik ga niet liegen: soms voelt het alsof alles op los zand staat. Mijn werk is oké, maar het leven is duur, en ik ben geen held met geld. Nina is ook geen heilige, maar zij werkt hard en ze is zorgzaam. En ze heeft mij nooit gevraagd om haar te “redden”. Dat doet mijn moeder eigenlijk meer, op haar manier.

Nu zit ik met een keuze: duw ik door met Nina en zet ik mijn familie op afstand, of probeer ik iedereen aan tafel te krijgen en riskeer ik dat het weer ontploft? En wat met dat appartement van oma… gebruik ik dat als oplossing of is dat juist het begin van meer miserie?

Ik voel mij nog altijd gekwetst dat Nina mij zoiets belangrijks niet meteen zei. Maar ik snap ook waarom. En ik zie hoe mijn moeder haar angsten op Nina plakt.

Ik weet niet wat “juist” is. Ik weet alleen dat ik Nina graag zie, en dat ik mijn ma ook niet wil kwijtspelen.

Wat zouden jullie doen als ge in mijn schoenen stond: kiezen voor uw relatie en desnoods breken met familie, of blijven proberen tot ge uzelf helemaal kwijt zijt?