Verloren tussen verlangen en waarheid: het verhaal van Lien

‘Waarom kijkt hij niet naar mij? Wat doe ik verkeerd?’ De vraag bonkte als een hamer in mijn hoofd terwijl ik Pieter vanop afstand gadesloeg in het café aan de Grote Markt in Mechelen. Mijn hart bonsde in mijn keel, mijn handen trilden lichtjes rond mijn tas koffie. Ik had speciaal mijn mooiste blouse aangedaan, de bovenste knoop losgemaakt – iets wat ik normaal nooit zou durven. Maar voor Pieter deed ik alles.

‘Lien, ge zijt weer aan het staren,’ fluisterde mijn vriendin Sofie terwijl ze haar hand op mijn arm legde. ‘Straks merkt hij het nog.’

‘Laat hem het maar merken,’ zuchtte ik. ‘Misschien ziet hij me dan eindelijk staan.’

Pieter lachte met zijn vrienden, zijn donkere haar viel nonchalant over zijn voorhoofd. Hij was alles wat ik niet was: spontaan, zelfzeker, geliefd. Ik voelde me klein naast hem, onzichtbaar bijna. Toch bleef ik hopen dat hij op een dag naar mij zou kijken zoals ik naar hem keek.

De weken gingen voorbij en mijn pogingen werden wanhopiger. Ik zocht excuses om met hem te praten – over de lessen aan de hogeschool, over de voetbalmatch van KV Mechelen, zelfs over het weer. Soms lachte hij vriendelijk, maar vaker leek hij afwezig, alsof zijn gedachten ergens anders waren.

Thuis werd het er niet makkelijker op. Mijn moeder, Marleen, merkte dat ik veranderd was. ‘Wat scheelt er toch met u, Lien? Ge zijt zo afwezig de laatste tijd.’

‘Niks, mama. Gewoon wat moe van school.’

Maar ze geloofde me niet. Op een avond, toen ik weer eens te laat thuiskwam na een avondje in het café – hopend dat Pieter er zou zijn – stond ze me op te wachten in de keuken.

‘Lien, zo kan het niet verder. Ge zijt altijd weg, ge eet amper nog, en uw punten gaan achteruit. Is er iets met een jongen?’

Ik voelde de tranen prikken achter mijn ogen. ‘Nee, mama. Het is gewoon druk.’

Ze zuchtte diep en schudde haar hoofd. ‘Ik herken u niet meer.’

Mijn vader, Luc, was minder begripvol. ‘Ge moet uw kop uit uw gat halen en u concentreren op uw studies. Liefde is voor later.’

Maar hoe kon ik uitleggen dat het geen keuze was? Dat mijn gevoelens voor Pieter allesoverheersend waren? Dat ik ’s nachts wakker lag, fantaserend over hoe het zou zijn als hij mij eindelijk zag staan?

Op een dag besloot ik het anders aan te pakken. Ik kocht een nieuw jurkje – rood, opvallend – en deed extra lippenstift op. In het café probeerde ik zijn aandacht te trekken met een glimlach en een knipoog.

‘Amai Lien, gij ziet er goed uit vandaag,’ zei Sofie bemoedigend.

Maar Pieter keek dwars door me heen.

Die avond kon ik mijn tranen niet meer bedwingen. Ik sloot me op in mijn kamer en liet mezelf gaan. Waarom zag hij mij niet? Was ik niet mooi genoeg? Niet interessant genoeg?

De dagen werden weken en mijn obsessie groeide. Ik begon zijn sociale media te volgen, elk detail van zijn leven te analyseren. Wie waren die meisjes op zijn foto’s? Waarom lachte hij zo breed naar hen?

Op een avond, na een familie-eten waar de spanningen hoog opliepen – mijn ouders maakten ruzie over geld, mijn broer Tom gooide met deuren – besloot ik Pieter een bericht te sturen.

‘Hey Pieter, zin om eens samen iets te gaan drinken?’

Mijn hart sloeg over toen ik zag dat hij het gelezen had… maar geen antwoord gaf.

De volgende dag op school probeerde ik hem aan te spreken.

‘Pieter… Heb je mijn berichtje gezien?’

Hij keek me even aan, ongemakkelijk.

‘Ja… Sorry Lien, maar ik heb het nogal druk de laatste tijd.’

Zijn blik gleed weg naar zijn vrienden. Ik voelde me vernederd, alsof iedereen het kon zien.

Sofie probeerde me te troosten. ‘Misschien is hij gewoon niet klaar voor een relatie. Of misschien heeft hij iemand anders op het oog.’

Maar die woorden deden pijn. Ik had alles geprobeerd: glimlachen, grapjes maken, mezelf mooier maken dan ik was. Niets werkte.

Thuis werd de sfeer steeds grimmiger. Mijn moeder probeerde me te bereiken, maar ik sloot me af. Mijn vader werd bozer: ‘Ge zijt geen kind meer! Pak uw verantwoordelijkheid!’

Op een avond barstte de bom tijdens het avondeten.

‘Lien, ge moet stoppen met achter die jongen aan te lopen,’ zei mijn moeder zacht.

‘Wat weet gij daar nu van?’ snauwde ik terug.

‘Ik zie hoe ge eraan kapotgaat,’ antwoordde ze met tranen in haar ogen.

Mijn broer Tom rolde met zijn ogen. ‘Typisch Lien weer, altijd drama.’

Ik stormde naar boven en sloeg de deur dicht.

Die nacht lag ik wakker en dacht na over alles wat er gebeurd was. Was dit liefde? Of was ik gewoon verslaafd aan het idee van Pieter? Had ik mezelf verloren in een droom die nooit werkelijkheid zou worden?

De volgende dag besloot ik alles los te laten. Geen berichten meer sturen, geen blikken meer werpen in het café. Het deed pijn – alsof iemand een stuk uit mijn hart had gesneden – maar ergens voelde het ook als opluchting.

Langzaam begon ik mezelf terug te vinden. Ik ging weer wandelen langs de Dijle, sprak af met Sofie zonder dat we over Pieter praatten, en begon opnieuw te studeren voor mijn examens.

Mijn moeder merkte het op. ‘Ge ziet er beter uit, Lien.’

Ik glimlachte flauwtjes. ‘Het gaat wel.’

Toch bleef er een leegte achter. Soms betrapte ik mezelf erop dat ik nog steeds naar Pieter zocht in de menigte, dat mijn hart sneller sloeg als ik zijn naam hoorde.

Op een dag kwam hij naar me toe na de les.

‘Hey Lien… Alles goed?’

Ik keek hem aan en voelde geen pijn meer – alleen een vage weemoed.

‘Ja,’ zei ik zachtjes. ‘Met mij wel.’

Hij glimlachte en liep verder.

’s Avonds zat ik op mijn kamer en dacht na over alles wat gebeurd was. Hoe kon liefde zo misleidend zijn? Hoe kon je jezelf zo verliezen in iemand die jou niet eens ziet staan?

Misschien is dat wel de grootste les die ik geleerd heb: dat echte liefde begint bij jezelf graag zien.

Hebben jullie ooit meegemaakt dat je je zo verloor in iemand anders? Of denk je dat echte liefde altijd wederzijds moet zijn?