Vertrouwen, vergif en verloren dromen: Het verhaal van Annelies
‘Annelies, waarom kijk je zo bedrukt? We zijn er bijna, hoor.’ De stem van mijn zoon, Lew, klonk bezorgd terwijl hij de auto parkeerde voor het appartementsgebouw in Gent waar ik al mijn hele leven woonde. Ik probeerde te glimlachen, maar het voelde als een masker dat niet meer paste. ‘Het is niets, jongen. Gewoon… herinneringen.’
Lew stapte uit en hield galant de deur voor me open. ‘Kom, mams. Het is maar een appartement.’ Maar voor mij was het zoveel meer. Hier had ik als kind gelachen met mijn broers, hier had ik mijn eerste liefdesverdriet beleefd, en hier had ik met mijn man, Luc, een gezin opgebouwd. Of wat daar nog van overbleef.
We namen samen de lift naar de vierde verdieping. De geur van oude tapijten en versleten linoleum bracht me terug naar vroegere tijden. ‘Zeg, mama,’ begon Lew aarzelend terwijl we uitstapten, ‘je weet dat je altijd bij mij en Sofie terecht kan, hé? Je hoeft hier niet alleen te zitten.’
Ik knikte, maar zweeg. Hoe kon ik hem uitleggen dat ik niet alleen was? Dat Luc nog steeds elke avond thuiskwam, zijn jas aan de kapstok hing en met zijn zware stappen door de gang liep? Maar dat er iets veranderd was. Iets onuitsprekelijks.
Toen Lew vertrokken was, bleef ik in de gang staan. Mijn blik viel op de kleine glazen fles op het dressoir. Een erfstuk van mijn moeder, altijd gevuld met lavendelwater. Maar nu zat er iets anders in. Iets wat niet hoorde.
‘Annelies, ben je thuis?’ Lucs stem galmde door het appartement. Ik schrok op uit mijn gedachten en verstopte snel de fles in de lade. ‘Ja, ik ben er,’ antwoordde ik, mijn stem trillend.
Luc kwam binnen, zijn gezicht nors zoals altijd de laatste maanden. ‘Wat eten we?’ vroeg hij zonder me aan te kijken.
‘Stoofvlees met frietjes,’ zei ik zachtjes.
‘Weeral?’ Hij zuchtte diep en plofte zich neer in de zetel. ‘Je weet dat ik dat niet meer kan ruiken sinds mijn operatie.’
Ik voelde hoe de spanning zich opbouwde in mijn borstkas. Sinds zijn hartoperatie was Luc veranderd. Hij was prikkelbaar, afstandelijk, en soms… soms keek hij me aan met een blik die ik niet herkende.
Die avond at hij nauwelijks. ‘Je moet echt eens iets anders proberen, Annelies,’ mopperde hij. ‘Of ben je het beu om voor mij te zorgen?’
Ik slikte mijn tranen weg. ‘Ik doe mijn best, Luc.’
‘Je best is niet genoeg,’ snauwde hij.
Toen hij naar bed ging, bleef ik achter in de keuken. Mijn handen trilden toen ik de vaat deed. Mijn blik viel opnieuw op de lade waar de fles lag. Wat zat er eigenlijk in? Waarom had mama me altijd gewaarschuwd om eraf te blijven?
De volgende ochtend werd ik wakker van een vreemd geluid. Luc stond in de badkamer te hoesten. ‘Alles oké?’ riep ik.
‘Laat me gerust!’ klonk het bitsig.
Ik zette koffie en probeerde de dag te beginnen zoals altijd. Maar toen ik de krant opensloeg, viel mijn oog op een artikel: “Vrouw uit Gent vergiftigd door echtgenoot – politie onderzoekt zaak.” Mijn hart sloeg over.
Was het toeval? Of was het een waarschuwing?
Die avond kwam Lew onverwacht langs. ‘Mama, je ziet er slecht uit,’ zei hij bezorgd. ‘Is alles wel oké tussen jou en papa?’
Ik wilde hem geruststellen, maar de woorden bleven steken in mijn keel. In plaats daarvan barstte ik in tranen uit.
‘Hij is niet meer dezelfde,’ snikte ik. ‘Sinds die operatie… hij is zo koud geworden.’
Lew sloeg zijn arm om me heen. ‘Kom bij ons wonen, mama. Je hoeft dit niet te pikken.’
Maar kon ik dat wel? Mijn hele leven had ik hier gewoond. Alles wat ik kende was hier.
Die nacht lag ik wakker naast Luc, die zwaar ademde in zijn slaap. Mijn gedachten maalden rondjes. Wat als hij echt iets van plan was? Wat als die fles geen lavendelwater bevatte?
De volgende dag besloot ik het zekere voor het onzekere te nemen. Ik bracht de fles naar apothekeres Marleen beneden in de straat.
‘Annelies! Wat brengt jou hier zo vroeg?’ vroeg ze vriendelijk.
Ik fluisterde: ‘Kan je even naar iets kijken? Ik vertrouw het niet helemaal.’
Ze nam de fles aan en rook eraan. Haar gezicht vertrok. ‘Dit is geen lavendelwater… Dit ruikt naar iets chemisch.’
Mijn hart bonsde in mijn keel. ‘Kan je het laten testen?’
‘Natuurlijk,’ zei Marleen ernstig. ‘Maar wees voorzichtig thuis.’
De uren kropen voorbij tot Marleen belde: ‘Annelies, kom onmiddellijk langs.’
In haar kleine achterkamertje keek ze me ernstig aan: ‘Dit is vergif, Annelies. Iemand heeft geprobeerd je iets aan te doen.’
Mijn benen begaven het bijna onder me.
Thuisgekomen vond ik Luc aan tafel met een glas wijn. Hij keek op toen ik binnenkwam.
‘Waar was je?’ vroeg hij argwanend.
‘Bij Marleen,’ antwoordde ik zo kalm mogelijk.
Hij knikte langzaam en nam een slok van zijn wijn.
Die nacht kon ik niet slapen. De angst vrat aan me. Was Luc tot zoiets in staat? Of was het allemaal toeval?
De volgende ochtend confronteerde ik hem terwijl hij koffie zette.
‘Luc… wat zit er in die fles?’ vroeg ik zachtjes.
Hij keek me strak aan. ‘Wat bedoel je?’
‘Je weet goed wat ik bedoel.’
Hij zweeg even en zette toen zijn kopje neer met een klap.
‘Misschien moet jij eens nadenken over alles wat je mij hebt aangedaan al die jaren,’ siste hij plotseling.
Ik voelde hoe mijn wereld instortte.
‘Wat bedoel je?’ fluisterde ik.
‘Denk je dat jij altijd zo onschuldig bent geweest? Je hebt mij klein gehouden, Annelies! Altijd alles bepalen, altijd alles controleren!’
Zijn woorden sneden als messen door mijn ziel.
‘En daarom wil je me vergiftigen?’ vroeg ik geschokt.
Hij lachte bitter. ‘Misschien wilde ik gewoon eens voelen hoe het is om macht te hebben.’
Ik wist niet wat te zeggen. Alles wat we samen hadden opgebouwd leek plots waardeloos.
Die avond pakte ik mijn koffers en belde Lew.
‘Mama komt bij jullie wonen,’ zei ik met trillende stem.
Sofie ontving me met open armen en tranen in haar ogen.
De dagen daarna voelde ik me leeg maar ook opgelucht. Voor het eerst in jaren sliep ik zonder angst.
Luc werd opgenomen in het ziekenhuis na een zenuwinzinking. De politie stelde een onderzoek in, maar uiteindelijk werd alles geseponeerd wegens gebrek aan bewijs.
Nu zit ik hier aan het raam van Lews huis in Sint-Amandsberg en kijk naar buiten terwijl de regen zachtjes tegen het glas tikt.
Was dit nu vrijheid? Of gewoon een ander soort gevangenis?
Hebben we ooit echt controle over ons eigen leven – of zijn we allemaal maar pionnen in elkaars spel?