Oudjaar tussen hoop en gemis: Een Vlaamse familie aan tafel
‘Sofie, kunt ge nu eindelijk die gsm wegleggen? We zitten hier niet op een treinstation!’ De stem van mijn vader, Luc, snijdt door de warme lucht van onze kleine keuken in Gent. Ik voel mijn wangen gloeien. Mijn broer, Pieter, kijkt me schuin aan, zijn mondhoeken trillen van ingehouden spot. ‘Laat haar toch, pa. Misschien stuurt ze wel een liefdesberichtje,’ grapt hij.
‘Pieter, zwijg toch eens,’ sis ik, maar mijn stem klinkt zwakker dan ik wil. De geur van stoofvlees en frieten vult het huis, maar mijn maag ligt in de knoop. Het is oudejaarsavond, de eerste zonder mama. Haar lege stoel aan het hoofd van de tafel lijkt groter dan ooit.
Papa schuift met zijn vork over zijn bord. ‘Ze zou niet willen dat we zo doen,’ mompelt hij. Zijn stem breekt bijna. Ik slik. Sinds haar dood in maart is alles anders. We proberen de draad weer op te pikken, maar het voelt alsof we allemaal op eieren lopen.
‘Weet ge nog vorig jaar?’ begint Pieter plots, zijn blik op de fonkelende kerstboom gericht. ‘Toen mama die mislukte ijstaart had gemaakt en ze zo kwaad werd omdat niemand durfde te zeggen dat het niet te eten was?’
Ik glimlach flauwtjes. ‘Ze had het door, hé. Ze zei: “Volgend jaar beter.”’
Papa knikt, zijn ogen glanzen. ‘Volgend jaar…’ herhaalt hij zacht.
Het gesprek valt stil. Buiten knallen al wat vuurpijlen. In de verte hoor ik het gelach van buren. Ik voel me schuldig dat ik me niet kan verheugen op het nieuwe jaar. Mijn gedachten dwalen af naar mama’s stem, haar handen die altijd bezig waren met koken, haar zachte geur van lavendel.
Plots schuift papa zijn stoel achteruit. ‘Ik ga even naar buiten,’ zegt hij kortaf en verdwijnt in de koude nacht. Pieter kijkt me aan. ‘Hij mist haar meer dan hij laat merken.’
‘We allemaal,’ fluister ik.
Pieter zucht diep. ‘Weet ge nog dat hij vorig jaar zo kwaad werd omdat ik met die job in Brussel begon? Hij zei dat ik de familie in de steek liet.’
‘Hij was gewoon bang om jullie te verliezen,’ zeg ik zacht.
Pieter knikt langzaam. ‘En nu… Nu zijn we haar kwijt.’
Het huis voelt plots veel te groot voor ons tweeën. Ik sta op en loop naar het raam. Papa staat in de tuin, zijn schouders gebogen tegen de kou. Ik zie hoe hij een sigaret opsteekt – iets wat hij alleen doet als hij overstuur is.
‘Misschien moeten we iets doen,’ zeg ik tegen Pieter. ‘Niet gewoon wachten tot het middernacht is en dan doen alsof alles normaal is.’
Pieter fronst. ‘Wat bedoel je?’
‘Mama hield van muziek. Van zingen rond de tafel. Misschien… kunnen we dat doen? Voor haar?’
Pieter glimlacht flauwtjes. ‘Ge weet dat ik niet kan zingen.’
‘Dat kon zij ook niet,’ zeg ik met een snikje in mijn stem.
We halen papa binnen. Zijn ogen zijn rood, maar hij zegt niets over de sigaret. Samen zitten we weer aan tafel. Ik begin zachtjes te zingen: “Laat ons een bloem en wat gras dat nog groen is…” Mijn stem trilt, maar Pieter valt in, aarzelend eerst, dan luider.
Papa kijkt ons aan, zijn lippen beven even, en dan zingt hij mee. Het lied vult het huis, warmt onze koude harten een beetje op.
Na het zingen blijft het stil. Papa pakt mijn hand vast, iets wat hij nooit doet sinds ik volwassen ben geworden.
‘Ik weet dat ik soms te streng ben geweest,’ zegt hij schor. ‘Maar ik wil niet dat we elkaar verliezen.’
Pieter slikt zichtbaar. ‘Ik heb ook fouten gemaakt, pa.’
Ik voel tranen prikken achter mijn ogen. ‘We hebben elkaar nog,’ fluister ik.
Het vuurwerk barst los buiten. We lopen samen naar het raam en kijken hoe de lucht boven Gent oplicht in kleuren die mama mooi zou gevonden hebben.
Later die nacht, als Pieter vertrokken is en papa naar bed gaat, blijf ik alleen achter in de woonkamer. Ik kijk naar mama’s foto op de kast en fluister: ‘We proberen het, mama. Maar soms voelt het alsof we zonder kompas varen.’
Is het mogelijk om opnieuw te beginnen als een stuk van je hart ontbreekt? Of is familie net dat kompas dat je altijd weer naar huis leidt? Wat denken jullie?