De stok die mij recht hield
Ik stond in de keuken met mijn rug tegen de ijskast, terwijl mijn broer me aan de lijn vroeg om het enige wezen dat mij nog overeind hield weg te doen. In datzelfde huis, waar de geur van bleekwater en oude lavendel in de gordijnen hangt, gleed mijn moeder verder weg in haar mist en bleef ik achter met de nachten, de pillendoosjes en de angst voor een val. En tussen ons in stond Atlas, mijn grote herderskruising, als het laatste stukje adem dat nog niet was afgenomen.