De koning in de glazen toren en de man in de roestige camionette
Ik stond met mijn rug tegen het glas van mijn appartement op de dertigste verdieping, terwijl mijn gsm bleef trillen met een nummer dat ik niet meer durfde opnemen. Beneden, aan de Schelde, zag ik de roestige camionette van de man die elke ochtend mijn hond kwam halen, en ik voelde voor het eerst schaamte in plaats van medelijden. Die dag begreep ik dat niet mijn hond, maar ikzelf aan een leiband liep.