Groen van Jaloezie: Mijn Strijd met de Voorkeur van Mijn Stiefvader op de Bruiloft van Mijn Zus

‘Waarom mag ik niet naast jou zitten, papa?’ Mijn stem trilde, terwijl ik probeerde de tranen weg te slikken. De grote zaal van het stadhuis in Gent was gevuld met gelach en geroezemoes, maar voor mij voelde het alsof iedereen plots zweeg en naar ons keek. Mijn stiefvader, Luc, keek me nauwelijks aan. ‘Saar, het is de dag van je zus. Laat haar nu even centraal staan, hè.’

Ik voelde hoe mijn maag samenkneep. Al sinds mijn achtste noem ik Luc ‘papa’. Mijn echte vader was vertrokken toen ik nog een baby was, en Luc was altijd de man geweest die me naar school bracht, die me leerde fietsen in het Citadelpark, die me troostte als ik weer eens ruzie had met mijn zus Lotte. Maar vandaag, op Lotte’s trouwdag, leek het alsof ik plots onzichtbaar was geworden.

‘Papa, ik wil gewoon…’ begon ik opnieuw, maar hij onderbrak me. ‘Saar, nu niet. Ga maar bij mama zitten.’

Ik draaide me om en liep weg, mijn hakken klakkend op de marmeren vloer. Mijn moeder, Annemie, keek me bezorgd aan. ‘Laat hem maar even,’ fluisterde ze. ‘Het is een drukke dag voor hem.’

Maar ik wist beter. Dit was niet de eerste keer dat Luc Lotte voortrok. Als kind kreeg zij altijd het grootste stuk taart, mocht zij als eerste haar kerstcadeau uitpakken, kreeg zij de mooiste kamer toen we verhuisden naar ons huis in Sint-Amandsberg. Maar vandaag voelde het anders. Vandaag voelde het alsof hij me echt buitensloot.

Tijdens de ceremonie zat ik naast mama, terwijl Luc en Lotte samen lachten op de eerste rij. Ik probeerde te glimlachen toen Lotte haar ja-woord gaf aan haar man Pieter-Jan, maar mijn hart bonsde van verdriet en woede.

Na de ceremonie volgde het feest in een oude schuur net buiten Gent. Iedereen danste en lachte, behalve ik. Ik stond aan de rand van de dansvloer met een glas cava in mijn hand en keek toe hoe Luc met Lotte danste op ‘Mag ik dan bij jou’ van Claudia de Breij.

‘Gaat het?’ vroeg mijn neef Bram, die naast me kwam staan.

‘Niet echt,’ fluisterde ik. ‘Het lijkt wel alsof ik niet besta vandaag.’

Bram knikte begrijpend. ‘Luc is altijd al zot geweest van Lotte. Maar jij bent ook belangrijk, Saar.’

Ik haalde mijn schouders op. ‘Niet voor hem.’

Later op de avond probeerde ik Luc nog eens te benaderen. Hij stond aan de bar met een paar vrienden uit zijn jeugd in Aalst.

‘Papa, mag ik even met je praten?’ vroeg ik zachtjes.

Hij zuchtte diep en draaide zich om. ‘Saar, nu niet. Zie je niet dat ik bezig ben?’

Mijn wangen kleurden rood van schaamte. Ik draaide me om en liep naar buiten, de frisse avondlucht in. Ik voelde hoe de jaloezie als een groene mist om me heen hing. Waarom kreeg Lotte altijd alles? Waarom was ik nooit genoeg?

Plots hoorde ik voetstappen achter me. Het was mama.

‘Saar, wat is er toch?’ vroeg ze bezorgd.

‘Waarom houdt hij meer van haar dan van mij?’ snikte ik.

Mama sloeg haar armen om me heen. ‘Dat is niet waar, meisje.’

‘Jawel! Jij ziet het toch ook? Op elk belangrijk moment kiest hij voor haar.’

Mama zuchtte diep. ‘Luc is niet perfect. Maar weet je nog dat hij jou hielp met je studies? Dat hij je naar het ziekenhuis bracht toen je je arm brak? Hij houdt wel van jou, Saar. Maar vandaag… vandaag is hij gewoon overweldigd door alles wat er gebeurt.’

Ik wilde haar geloven, maar iets in mij bleef knagen.

De volgende ochtend zat ik alleen aan de ontbijttafel in ons huisje in Sint-Amandsberg. De geur van verse koffie vulde de keuken, maar ik had geen honger.

Lotte kwam binnen, nog steeds stralend van geluk. ‘Goeiemorgen!’ zei ze opgewekt.

Ik kon haar enthousiasme niet verdragen. ‘Proficiat met je huwelijk,’ zei ik koeltjes.

Ze keek me verbaasd aan. ‘Is er iets?’

‘Nee hoor,’ loog ik.

Maar Lotte liet zich niet zomaar afschepen. Ze ging tegenover me zitten en keek me doordringend aan. ‘Saar, wat is er aan de hand? Je bent al heel de dag zo afstandelijk.’

Ik beet op mijn lip en voelde de tranen weer opwellen. ‘Het lijkt wel alsof papa alleen maar oog heeft voor jou.’

Lotte zuchtte en pakte mijn hand vast. ‘Saar… Ik weet dat papa soms wat onhandig is. Maar jij bent zijn dochter even goed als ik.’

‘Nee,’ fluisterde ik. ‘Jij bent zijn echte dochter.’

Lotte keek geschrokken op. ‘Wat bedoel je?’

Ik slikte moeizaam. ‘Ik weet al lang dat Luc niet mijn biologische vader is.’

Lotte zweeg even en kneep toen zachtjes in mijn hand. ‘Dat maakt voor mij niets uit, Saar. Jij bent mijn zus.’

Ik knikte zwijgend.

Die avond zat Luc alleen in de woonkamer naar Sporza te kijken toen ik binnenkwam.

‘Papa…’ begon ik aarzelend.

Hij zette de tv zachter en keek me aan.

‘Waarom voel ik mij altijd tweede keus?’ vroeg ik zachtjes.

Luc zuchtte diep en wreef over zijn gezicht. ‘Saar… Ik weet dat ik fouten maak. Soms ben ik zo bezig met alles goed te doen voor Lotte omdat… omdat ze altijd zo kwetsbaar is geweest na die pestperiode op school. Maar dat betekent niet dat jij minder belangrijk bent.’

‘Maar zo voelt het wel,’ fluisterde ik.

Hij stond op en kwam naast me zitten. Voor het eerst in lange tijd sloeg hij zijn arm om me heen.

‘Weet je nog die keer dat we samen naar zee gingen? Toen jij je eerste liefdesverdriet had?’

Ik glimlachte flauwtjes door mijn tranen heen.

‘Jij bent net zo goed mijn dochter als Lotte,’ zei hij zachtjes. ‘Misschien moet ik dat vaker laten zien.’

We zaten een tijdje zwijgend naast elkaar.

De weken daarna probeerde Luc meer tijd met mij door te brengen: samen wandelen langs de Leie, samen koken op zondagavond, samen lachen om oude foto’s uit onze vakanties in Durbuy.

Toch bleef er iets wringen diep vanbinnen. De pijn van die dag op Lotte’s bruiloft bleef als een litteken achter.

Soms vraag ik me af: kan je ooit helemaal genezen van jaloezie? Of blijft er altijd een stukje onzekerheid knagen als je voelt dat je nooit helemaal gekozen wordt?

Wat denken jullie: kan een stiefouder ooit écht hetzelfde voelen voor een kind dat niet van hem of haar is? Of blijft er altijd een verschil?