De perfecte man. Maar niet voor mij
— Els, zie nu toch eens naar hem! — fluisterde buurvrouw Marleen terwijl ze haar hoofd richting het raam draaide. — Dat is nu een vent, hé. Elke zaterdag bloemen voor zijn vrouw, de auto blinkend gewassen nog voor de zon opkomt, en altijd klaar om zijn Annemie naar haar werk te brengen. Waar zit jouw Tom eigenlijk?
Ik stond aan het fornuis, de lepel in mijn hand trilde lichtjes terwijl ik in de soep roerde. Buiten zag ik inderdaad Toms beste vriend, Pieter, met een boeket lelies in zijn hand. Mijn maag draaide om. Ik wist dat Marleen het goed bedoelde, maar haar woorden sneden dieper dan ze ooit zou vermoeden.
Tom was thuis, boven, waarschijnlijk verdiept in zijn computer of bezig met zijn modeltreinen. De laatste keer dat hij bloemen voor mij kocht, was op onze tiende huwelijksverjaardag — nu bijna zes jaar geleden. Sindsdien waren er vooral praktische cadeaus: een nieuwe stofzuiger, een set pannen, een bon voor de Delhaize. Liefdevol bedoeld, maar zo… kil.
— Hij is moe van het werk, Marleen, — probeerde ik zwakjes. — Het is druk op de bank.
Ze trok haar wenkbrauwen op en zuchtte. — Ja, ja, altijd excuses. Maar Els, ge verdient toch ook wat aandacht? Ge zijt nog jong!
Ik lachte flauwtjes en probeerde het gesprek af te leiden door haar een tas koffie aan te bieden. Maar haar woorden bleven hangen als mist in mijn hoofd.
Die avond zat Tom tegenover mij aan tafel. Hij at zwijgend zijn stoofvlees met frieten, zijn blik op zijn smartphone gericht.
— Tom? — begon ik voorzichtig. — Heb je zin om dit weekend samen iets te doen? Misschien naar de kust?
Hij keek even op, zijn ogen dof. — Ik heb zaterdag vergadering met de modelspoorclub. En zondag moet ik wat mails beantwoorden voor het werk. Volgende keer misschien?
Ik knikte en slikte mijn teleurstelling weg met een slok wijn. In de woonkamer hoorde ik onze dochter Lotte lachen om een TikTok-filmpje. Even voelde ik me schuldig: had ik niet alles wat ik ooit wilde? Een huis in een rustige straat in Gentbrugge, een gezonde dochter, een man die niet drinkt of slaat…
Maar waarom voelde ik me dan zo leeg?
De dagen werden weken. Tom en ik leefden naast elkaar, als huisgenoten die toevallig hetzelfde bed deelden. Op familiefeesten speelde hij de perfecte schoonzoon: hij hielp mijn moeder met haar jas, lachte met mijn broer Bart over voetbal en bracht altijd taart mee van bij de bakker. Iedereen prees hem: “Wat een geluk heb jij met zo’n man!”
Alleen mijn zus Katrien keek soms vragend naar mij. Op een avond na het verjaardagsfeest van onze vader trok ze me apart in de keuken.
— Els… gaat het wel echt goed tussen jullie?
Ik slikte. — Natuurlijk, waarom vraag je dat?
Ze legde haar hand op mijn arm. — Omdat ik je ken. Je lacht minder dan vroeger.
Ik voelde tranen prikken achter mijn ogen maar dwong mezelf te glimlachen. — Het is gewoon druk op het werk.
Maar die nacht lag ik wakker naast Tom, die zachtjes snurkte. Ik dacht aan vroeger: hoe hij me verraste met picknicks in het Citadelpark, hoe we samen nachtenlang praatten over dromen en reizen. Waar was dat allemaal gebleven?
Op een dag kwam Lotte thuis van school met rode ogen.
— Wat scheelt er, schat? — vroeg ik bezorgd.
Ze haalde haar schouders op. — Niks.
Maar even later hoorde ik haar snikken op haar kamer. Toen ik binnenkwam, zat ze ineengedoken op haar bed.
— Ze zeggen op school dat papa nooit naar mijn optredens komt… Dat hij mij niet graag ziet.
Mijn hart brak in duizend stukken. Ik kroop naast haar en sloeg mijn armen om haar heen.
— Papa ziet je heel graag, Lotte. Hij is gewoon… niet zo goed in tonen wat hij voelt.
Maar zelfs terwijl ik het zei, voelde het als een leugen.
Die avond probeerde ik Tom te overtuigen om mee te gaan naar Lottes dansvoorstelling.
— Ik heb al iets gepland met de club, Els… Kan jij niet gewoon filmen?
— Het is belangrijk voor haar! Ze denkt dat je niet om haar geeft!
Hij zuchtte diep en wreef over zijn gezicht. — Je weet toch dat ik niet goed ben met dat soort dingen…
— Maar je bent haar vader! — riep ik uit, luider dan bedoeld.
Hij keek me aan alsof hij me voor het eerst zag. — Wat wil je dan dat ik doe? Alles laten vallen omdat zij een dansje doet?
— Ja! Soms wel!
Het bleef stil tussen ons tot we gingen slapen.
De volgende ochtend vond ik een briefje op de keukentafel: “Sorry van gisteren.” Meer niet.
Op het werk kon ik me niet concentreren. Mijn collega’s spraken over hun weekendplannen: wandelen in de Ardennen, samen koken, naar een concert in Brussel. Ik voelde me steeds meer opgesloten in mijn eigen leven.
Op een dag na het werk bleef ik langer hangen in het park. Ik keek naar spelende kinderen en verliefde koppels op bankjes. Mijn gedachten maalden: Was dit nu alles? Had ik te veel verwacht? Of was Tom gewoon niet meer de man die ik nodig had?
’s Avonds vertelde ik Tom dat ik tijd nodig had om na te denken.
— Wil je scheiden? — vroeg hij zonder emotie.
— Ik weet het niet… Ik wil gewoon weer gelukkig zijn.
Hij knikte traag. — Misschien moet je dat dan zoeken…
De weken daarna sliep hij op de logeerkamer. We praatten nauwelijks nog met elkaar. Lotte werd stiller en trok zich terug in haar kamer.
Op een dag stond buurvrouw Marleen weer aan de deur met een taart.
— Alles goed bij jullie? Je ziet er moe uit, Elske.
Ik glimlachte flauw en nam de taart aan. — Het gaat wel…
’s Avonds at ik alleen aan tafel terwijl Lotte bij een vriendin logeerde en Tom laat thuiskwam van zijn clubavond.
Ik keek naar de lege stoel tegenover mij en voelde tranen over mijn wangen rollen.
Was dit nu het leven dat ik wilde? Of was het tijd om eindelijk voor mezelf te kiezen?
Soms vraag ik me af: hoeveel vrouwen zitten er zoals ik aan hun keukentafel te wachten tot iemand hen weer ziet staan? En wanneer durven we eindelijk te zeggen: genoeg is genoeg?