Nikola, haast u niet met trouwen: Hoe ik ontsnapte aan een familie die mij wilde bezitten

‘Nikola, ge moet nu echt beslissen. Ge zijt geen kind meer.’ De stem van mijn moeder galmt nog na in mijn hoofd terwijl ik het beslag voor de syrniki roer. Mijn handen trillen een beetje, maar ik probeer het niet te laten merken. Oskar zit in de woonkamer, verdiept in zijn krant, en ik hoor zijn moeder, Gerda, in de tuin met haar rozen bezig. Het is een gewone zaterdagochtend in ons huis in Mechelen, maar alles voelt anders vandaag.

‘Nikola, wanneer gaat ge nu eindelijk ja zeggen?’ Gerda’s stem klinkt scherp door het open raam. Ze heeft het al weken over niets anders meer dan ons huwelijk. Alsof het een contract is dat dringend getekend moet worden. Oskar kijkt me aan over zijn bril. ‘Ma, laat haar gerust. Ze beslist wel wanneer ze er klaar voor is.’

Maar ik zie het in zijn ogen: hij wil het ook. Iedereen wil iets van mij. Mijn moeder, die vindt dat ik eindelijk moet settelen. Oskar, die droomt van een groot feest in de Sint-Romboutskathedraal. Gerda, die al plannen maakt voor de tafelschikking en de doopsuiker.

Ik zet de pan op het vuur en probeer mijn gedachten te ordenen. Mijn hart bonkt in mijn borstkas. Waarom voel ik mij zo gevangen? Is dit liefde? Of is dit gewoon de volgende stap die iedereen van mij verwacht?

‘Nikola, ge zijt toch gelukkig met Oskar?’ vraagt mijn moeder aan de telefoon later die dag. ‘Hij heeft een goeie job bij de gemeente, hij drinkt niet, hij slaat u niet. Wat wilt ge nog meer?’

Ik zwijg. Wat wil ik eigenlijk? Ik denk terug aan mijn jeugd in Gent, waar alles eenvoudiger leek. Mijn vader was een stille man, altijd weg op zijn werk bij de NMBS. Mijn moeder hield het huishouden strak in de hand. Ik was hun enige kind en hun grootste hoop op een beter leven.

Toen ik Oskar leerde kennen op een feestje van een vriendin in Leuven, dacht ik dat alles eindelijk op zijn plaats zou vallen. Hij was charmant, attent, en hij luisterde naar me zoals niemand anders dat ooit had gedaan. Maar nu, twee jaar later, voel ik me steeds meer opgesloten in verwachtingen die niet de mijne zijn.

‘Nikola, ge moogt niet vergeten wie ge zijt,’ zegt mijn beste vriendin Lien als we samen koffie drinken op de Grote Markt. ‘Ge zijt geen bezit van iemand anders.’

Ik lach flauwtjes. ‘Dat weet ik wel, maar soms lijkt het alsof iedereen dat vergeten is.’

Die avond aan tafel schuift Gerda een envelop naar me toe. ‘Hier, Nikola. De lijst met genodigden voor het trouwfeest. Ge kunt er nog mensen bijzetten als ge wilt.’

Ik open de envelop en zie namen die ik amper ken: tantes en nonkels uit Limburg, verre neven uit West-Vlaanderen. Mijn eigen familie staat er nauwelijks op.

‘Gerda, misschien moeten we het wat kleiner houden?’ probeer ik voorzichtig.

Ze kijkt me aan alsof ik net heb voorgesteld om in mijn pyjama te trouwen. ‘Nikola toch! Dit is een familiegebeuren! Iedereen moet erbij zijn.’

Oskar zwijgt. Hij kijkt naar zijn bord en prikt in zijn aardappelen.

De dagen gaan voorbij en de druk wordt groter. Mijn moeder belt elke avond om te vragen of ik al een jurk heb gekozen. Gerda stuurt foto’s van bloemstukken en tafeldecoraties via WhatsApp. Oskar zegt dat hij alles aan mij overlaat, maar als ik voorstel om gewoon samen op reis te gaan en daar te trouwen, lacht hij ongemakkelijk.

Op een avond barst ik uit tegen Oskar: ‘Waarom mag ik niet zelf kiezen hoe mijn leven eruitziet? Waarom moet alles volgens jullie regels?’

Hij kijkt me verbaasd aan. ‘Nikola, ge weet toch dat dit belangrijk is voor mijn moeder? Voor onze familie?’

‘En voor mij dan? Ben ik dan niks waard?’

Hij zwijgt weer.

De volgende ochtend besluit ik naar Gent te rijden om mijn vader te bezoeken. Hij zit in zijn zetel met een boek op schoot als ik binnenkom.

‘Papa, heb jij ooit spijt gehad van je keuzes?’ vraag ik zacht.

Hij kijkt me lang aan en zucht dan diep. ‘Soms wel, ja. Maar weet ge wat het ergste is? Spijt hebben van dingen die ge niet gedaan hebt.’

Zijn woorden blijven hangen terwijl ik terug naar Mechelen rijd.

Die avond lig ik wakker in bed naast Oskar. Ik hoor zijn rustige ademhaling en voel me alleen zoals nooit tevoren.

De volgende dag besluit ik dat het genoeg is geweest. Ik bel Lien en vraag of ik bij haar kan logeren.

‘Natuurlijk, kom af,’ zegt ze zonder aarzelen.

Ik pak mijn koffers terwijl Oskar op zijn werk is. Gerda belt nog eens om te vragen of ik de proefversie van de bruidstaart wil proeven.

‘Sorry Gerda, ik kan vandaag niet,’ zeg ik kortaf.

Als Oskar thuiskomt en mijn lege kast ziet, belt hij me meteen.

‘Nikola, wat doe je nu? Ge kunt toch niet zomaar vertrekken?’

‘Oskar, ik heb tijd nodig om na te denken over wat ík wil. Niet wat jullie willen.’

Er valt een lange stilte aan de andere kant van de lijn.

‘Ik hou van u, Nikola,’ zegt hij uiteindelijk zacht.

‘Ik weet het,’ fluister ik terug. ‘Maar soms is liefde niet genoeg.’

Bij Lien thuis voel ik me voor het eerst in maanden weer vrij ademen. We drinken wijn op haar balkon en praten tot diep in de nacht over dromen en angsten.

‘Wat ga je nu doen?’ vraagt ze uiteindelijk.

Ik haal mijn schouders op. ‘Voor het eerst in mijn leven weet ik het niet. Maar dat is oké.’

De dagen worden weken en langzaam begin ik mezelf terug te vinden. Ik schrijf me in voor een cursus fotografie aan het KASK in Gent en ontmoet nieuwe mensen die niets van mij verwachten behalve dat ik mezelf ben.

Oskar stuurt af en toe een berichtje: ‘Ik mis u.’ Gerda belt niet meer.

Mijn moeder komt langs met zelfgebakken cake en huilt als ze ziet hoe gelukkig ik ben zonder Oskar.

‘Nikola, ge zijt altijd zo koppig geweest,’ zegt ze snikkend.

‘Misschien wel,’ antwoord ik zacht. ‘Maar liever koppig dan ongelukkig.’

Soms denk ik nog aan Oskar en wat had kunnen zijn als ik gewoon had toegegeven aan alle verwachtingen. Maar dan kijk ik naar mezelf in de spiegel en zie iemand die eindelijk haar eigen keuzes maakt.

Hebben we niet allemaal het recht om ons eigen leven te leiden? Of is het egoïstisch om voor jezelf te kiezen als iedereen iets anders van je verwacht?